Je hebt je mat neergelegd, je kleren aan die meedraaien, en dan zie je het: een stuk touw in de hoek van de kamer. Een yogariem.
▶Inhoudsopgave
Het lijkt zo simpel dat je het bijna over het hoofd ziet. Maar eerlijk gezegd? Het is een van de slimste hulpmiddelen die je als beginner kunt gebruiken. Niet om indruk te maken, maar om écht contact te maken met je lichaam.
Wat een yogariem echt doet
Een yogariem is geen prestatiemiddel. Het is geen tool om dieper te buiken dan je kunt of om te bewijzen dat je flexibel bent.
Het is juist het tegenovergestelde: het helpt je om eerlijk te blijven over waar je nu staat. Als je handen elkaar niet kunnen riken in een voorwaartse buiging, vult de riem die afstand op. Niet om te liegen over je bereik, maar om de houding toegankelijk te maken zonder je rug of hamstrings te forceren.
De meeste riemen zijn tussen de 210 en 240 centimeter lang, gemaakt van katoen of een stevige mix met rubber.
Katoen voelt warm en natuurlijk aan, rubber geeft meer grip. Beide zijn prima — het hangt af van wat jij fijn vindt. Merken als Manduka en Liforme maken degelijke riemen, maar je hoeft niet meteen €30 uit te geven. Een eenvoudig katoenen model van €10 al je eerste weken meer dan genoeg.
Waar beginners vaak fout gaan
Wat me opvalt is dat veel beginners de riem zien als een soort reddingsboei. Ze grijpen er naar alsof het hun enige kans is om een houding te ‘halen’.
Maar yoga draait niet om het halen van een vorm. Draat erom hoe je je in die vorm voelt. De riem is er om ruimte te creëren, niet om te compenseren.
Een veelgemaakte fout: de riem strak trekken alsof je een touwtje trekt.
Dat levert spanning op waar juist ontspanning moet komen. Gebruik de riem licht, met een beetje speelruimte. Je handen mogen erin glijden, je polsen mogen ontspannen. Het is geen strak koord — het is een brug.
Drie manieren om de riem echt te gebruiken
1. Verbinding maken waar je niet kunt bereiken
Stel je staat in Trikonasana, de driekanthouding. Je rechterhand wil graag de grond raken, maar je vingers komen net niet ver genoeg.
In plaats van je rug te draaien of je knie te buigen (wat je uitlijning verstoort), leg je de riem om je rechtervoet en houd je de uiteinden vast. Nu kun je je arm naar boven strekken zonder compromis. Je houding blijft eerlijk, je lichaam blijft veilig.
2. Je rug ondersteunen in passieve houdingen
Dit werkt ook prachtig in Parsvakonasana, de verbogen zijwaartse buiging. Gebruik eventueel beste yogablokken voor beginners thuis om je schouders open en je borstkas vrij te houden — zonder dat je je hamstrings uit het oog verliest.
In Balasana, de kindhouding, kun je de riem gebruiken om je voorhoofd te ondersteunen als de grond te ver weg is.
Wikkel de riem tot een klein kussen, leg het onder je voorhoofd, en laat je nek eindelijk los. Het is een kleine aanpassing, maar het maakt het verschil tussen ‘ik wacht tot het afloopt’ en ‘ik kan hier ademen’. Wat ik hierin leuk vind: het dwingt je om langzamer te gaan. Je kunt niet snel door Balasana heen als je eerst je riem moet neerleggen.
3. Heupen openen zonder druk op je knieën
En soms is precies dat wat je nodig hebt. In Eka Pada Rajakapotasana — ja, de duifshouding — loopt vaak de druk op je voorste knie op, vooral als je heupen stijf zijn.
Door de riem om je achterste been te leggen en het uiteinde vast te houden met je hand, creëer je een soort hefboem. Je heupen kunnen zakken zonder dat je knie het moet betalen. Het is alsof iemand zacht voor je zorgt, terwijl jij alleen maar hoeft te ademen.
Een riem in je dagelijkse flow
Je hebt geen uur nodig om een riem te gebruiken. In een korte flow van vijftien minuten — bijvoorbeeld ’s ochtends voor de koffie — kun je drie of vier houdingen doen waarin de riem helpt.
Tadasana met de riem tussen je handen om je schouders te openen. Dan een voorwaartse buiging, riem om je voeten. Misschien een zitvouwing, en afsluiten met Balasana en je riemkussen onder je hoofd. Volg onze handige checklist voor je eerste yogasessie en dat is het.
Geen spectaculaire transformatie, geen Instagram-houding. Gewoon een lichaam dat zich iets vrijer voelt dan een uur eerder.
Een paar dingen om in je achterhoofd te houden
Adem. Altijd. De riem mag je lichaam ondersteunen, maar als je ademhaling kort en oppervlakkig wordt, ben je aan het forceren.
En forceren is geen doel — ongemak mag, pijn niet. Experimenteer.
Er is geen ‘juiste’ manier om een riem vast te houden. Soms werkt een wrijving breder, soms smaller. Soms houd je de riem met gestrekte armen, soms gebogen. Je lichaam verandert per dag, dus wat gisteren goed voelde, kan vandaag anders aanvoelen.
Dat is niet frustrerend — dat is informatie. En als je rug, knieën of heupen klachten geven: stop. Niet doorzetten. Niet ‘even proberen’. Gewoon stoppen.
De riem zal er morgen nog zijn.
Tot slot
Een yogariem is geen magische tool. Het verandert niets aan je flexibiliteit als je nog niet lenig bent van de ene dag op de andere.
Maar het verandert wel iets aan hoe je met je lichaom omgaat. Het zegt: ‘Ik hoef niet perfect te zijn om te beginnen. Ik hoef alleen maar bereid te zijn om te voelen.’ En als beginner is dat precies de boodschap die je nodig hebt.